30-08-09

De tocht van de olifant

img_4241

Sinds José Saramago in 1998 de Nobelprijs voor de Literatuur toegewezen kreeg, ben ik een trouwe lezer van deze vrijdenker geworden. Hij schrijft zijn eerste roman op 25 jarige leeftijd, maar  legt dan gedurende bijna twintig jaar zijn pen neer omdat hij volgens zichzelf "niets behoorlijks meer te melden heeft". Deze uitspraak typeert het cynisme van Saramago volop. Door dergelijke noten van (zelf-)reflectie in zijn teksten te verweven, spreekt hij de lezer op een subtiele manier aan. Sommige van zijn bemerkingen zijn heel serieus, anderen zijn ironisch. Dat is één van de elementen die zijn literatuur zo sprankelend maakt.

Wie Saramago leest zal al vrij snel doorhebben dat de schrijver geen hoge dunk van het menselijke wezen heeft. Het boek "De stad der blinden" is een typisch voorbeeld van zijn pessimistische kijk op de mensheid.

Saramago schrijft lange zinnen, waarin hij de dialogen van zijn personages onderbrengt. Een voorbeeld uit "De man in duplo", waar  Tertuliano Maximo Afonso op zoek gaat naar zijn dubbelganger:

"Ik dacht dat je niet meer zou bellen, zei Maria da Paz, Zoals je ziet heb je je vergist, hier ben ik, Als je niets van je liet horen, zou dat inhouden dat deze dag voor jou niet hetzelfde heeft betekend als voor mij, Wat hij betekend mag hebben, heeft hij voor ons beiden betekend, Maar misschien niet op dezelfde manier en niet om dezelfde redenen, Wij hebben de instrumenten niet om die verschillen te meten, als ze er al zijn, Hou je nog van me, Ja, ik hou nog van je, Dat komt er niet erg enthousiast uit, je herhaalt alleen mijn woorden maar, Leg me eens uit waarom ik die woorden niet zou mogen gebruiken als jij dat wel mag, Omdat ze bij herhaling een deel van de overtuigingskracht verliezen die ze hebben".

Saramago is een atheïst. Van zodra geloofszaken op het toneel verschijnen is Saramago er als de kippen bij, om met de nodige kwinkslagen de poten onder goddelijke troon weg te zagen. Zijn roman "Evangelie volgens Jezus Christus" werd in Portugal als godslasterlijk bestempeld. Omwille van die reden weigerde de toenmalige minister van Cultuur zijn kandidatuur voor de Europese Aristeion-prijs.

Saramago schrijft kristalheldere zinnen neer, waarin fantasie en werkelijkheid voor een wervelend spektakel zorgen. Saramago belicht de situaties vanuit verschillende hoeken, weet op kousenvoeten bepaalde dingen in vraag te stellen en maakt op die wijze de lezer een partner in crime. Saramago lezen vind ik puur genot.

Als toetje (en om jullie zin te doen krijgen Saramago te gaan lezen) nog een schitterende typische zin uit zijn laatste boek "De tocht van de olifant" (De auteur schreef het boek op 87-jarige leeftijd!):

"Niemand is zo zelfverzekerd dat hij zijn ogen de kost geeft en onbekommerd van de schoonheid van het landschap geniet, ofschoon een kenner van de streek tegen zijn buurman zeg, Zonder sneeuw is het veel mooier hier, Hoezo mooier, vroeg zijn kameraad nieuwsgierig, Dat is niet te beschrijven, Nee heus, als je je aan het zinloze karwei zet om een landschap te beschrijven, is de grootste klap in het gezicht van de werkelijkheid, wat die ook moge zijn, dat je dat moet doen met woorden die de jouwe niet zijn en die ook nooit van jou zijn geweest, let wel, woorden die al over miljoenen bladzijden en miljoenen tongen zijn gegaan voor jouw beurt kwam om ze te gebruiken, woorden die doodmoe zijn, uitgeput van het vele gebruik, waarbij ze telkens een stukje van hun vitale substantie hebben moeten achterlaten."


Schermafdruk



04-07-06

Existentiële wiskunde

Milan Kundera is één van mijn favoriete schrijvers. Ik hou van zijn amalgaam van cynisme, humor en filosofie. Hij belicht zijn personages vanuit verschillende hoeken. Je leert die mensen goed kennen op het randje van het voyeurisme na. Milan Kundera laat waarden aan bod komen, maar vermijdt, ondanks een soms melancholische ondertoon, moraliserend over te komen. Voor mij is Milan Kundera een vrijdenker: "Als jonge schrijver in Praag verafschuwde ik het woord 'generatie', dat me tegenstond door de akelige kuddelucht die er omheen hing" (Verraden testamenten).

In "Het boek van de lach en de vergetelheid" laat hij zijn scherp psychologisch doorzicht zien. "Mensen schreeuwen dat ze een betere toekomst willen scheppen, maar dat is niet waar. De toekomst is slechts een onverschillige leegt die niemand interesseert, terwijl het verleden vol leven is, en het gezicht ervan prikkelt ons, tart ons, beledigt ons, zodat we het willen vernietigen of overschilderen. Mensen willen heer en meester zijn over de toekomst, alleen maar om het verleden te kunnen veranderen."

In "De traagheid" vindt hij de existentiële wiskunde uit: "Er bestaat een geheim verband tussen traagheid en geheugen, tussen snelheid en vergetelheid. Laten we een uiterst banale situatie nemen: een man loopt op straat. Ineens probeert hij zich iets voor de geest te halen, maar de herinnering ontsnapt hem. Op dat ogenblik vertraagt hij automatisch zijn pas. Iemand die daarentegen probeert een pijnlijk incident dat hij zojuist heeft beleefd te vergeten, begint onbewust harder te lopen, alsof hij zich snel wil verwijderen van wat zich in de tijd nog te dicht bij hem bevindt.
In de existentiële wiskunde neemt deze ervaring de vorm aan van twee elementaire vergelijkingen: de graad van traagheid is recht evenredig aan de intensiteit van de herinnering; de graad van snelheid is recht evenredig aan de intensiteit van de vergetelheid
".

Tip: Pas deze existentiële vergelijking eens toe op je eigen jachtige leven.

Milan Kundera is literatuur, psychologie, politiek, filosofie, ... Goede (vakantie) literatuur om traag te lezen, om bij stil te staan, om traag van te genieten ... want schreef Salman Rushdie volgens diezelfde existentiële wiskunde niet: "Een bestaan op dubbele snelheid levert slechts een half leven op" (De laatste zucht van de moor).

28-06-06

Bespiegelingen

De mens, die vrij wil onderzoeken, wil de belemmeringen van zijn vrij onderzoek leren kennen. Immers het vrij onderzoeken zou, per definitie, wars van belemmeringen dienen te zijn. Het vrij onderzoeken vertaalt zich zo deels naar het zoeken en leren kennen van de obstakels die ons vrij onderzoek in de weg gaan staan. Die zoektocht kunnen we in onszelf aanvatten, want wellicht zijn daar onze grootste obstakels gelegen. Onze "kennis" is onvolledig, mogelijks verkeerd of verouderd. Kan de vrij onderzoeker zichzelf onderzoeken? Onze onwetendheid en onze feilbare kennis beletten het vrije denken. Daar we niet vrij kunnen denken, kunnen we onszelf niet leren kennen. Om vrij te kunnen denken, dienen we onszelf te kennen, m.a.w. om vrij te kunnen denken, dienen vrij te kunnen denken! We raken als vrij onderzoeker in een vicieuze cirkel.

We staan als mens niet alleen - de andere mensen zien zich eveneens met deze vicieuze cirkel geconfronteerd. Door naar de anderen te kijken, zien we een caleidoscoop van mensen op zoek. Dit beeld werkt als een spiegelbeeld. Hopelijk zien we in de anderen een beeld van hoe we nu zijn. We kunnen evenzeer de beelden zien, hoe we kunnen of willen worden en hoe we niet willen worden. Het kost tijd en moeite ons in die spiegel terug te vinden. Door deze zoektocht, gaan we zelfs veranderen. Zien we ons in deze spiegel bewegen? Wie zichzelf stil ziet staan is geen vrij onderzoeker, geen vrij denker. Hij hangt vast.

Een immer veranderende mens en zijn nimmer voltooide zoektocht .........

HET BESTE AAN DE MENS

Het beste aan de mens is zijn korte duur,
dat hij verdwijnt,
languit, volledig.

Hij is dood geweest sinds het begin van de wereld,
tot zijn geboorte,
waarom moet hij dan ontwaken om taken te volbrengen
die eeuwig blijven bestaan.

Paavo Haavikko

 

 

23:42 Gepost door Ongebonden geest | Permalink | Commentaren (1) | Tags: vrijdenker, vrijzinnig, atheist, vrije geest |  Facebook |

09-04-06

Ik ben noch vrijzinnig noch vrijdenker

Deze morgen zag ik mezelf met grote ezelsoren in de spiegel staan. Het schaamrood kleurde het ochtendgloren. Daar ezelsoren veelal traag en onbewust groeien, vroeg ik mij vol vertwijfeling af, hoelang deze monumenten al boven mijn denken uitstaken. Ik suste mijn oude gedachten met de wetenschap dat lang niet alle spiegels je domheid lieten weerkaatsen, maar nieuwere gedachten verweten mij dan weer, juist die spiegels vermeden te hebben waarin ik mijn ezelsoren had kunnen zien tot wasdom komen. Ik had ezelsoren gekregen omdat ik mij een vrijdenker, een vrijzinnige, een atheïst had genoemd. Ik kon beide ezelsoren afzetten, door mijn vooringenomenheid in beide kathedralen op te bergen.

Het leek mij nochtans eenvoudig een vrijzinnige te zijn. Je gaf de goden een stamp in hun kruis zodat ze aan het einder verdwenen. Je zegende de clerus met het “a bas la calotte”-lied. Verving het behangsel in je kamer met de posters van Poincaré. Maakte je lid van alle mogelijke vrijzinnige verenigingen. Las vooral allerhande vrijzinnige schrijfsels. Verdiende meerdere aflaten voor je vrijzinnige hemel door een fakkel op je auto te kleven. Verdiende bijkomende aflaten door het vrij onderzoek te prijzen. Ik kon mij dus vrijzinnig noemen. Hoe meer ik mij vrijzinnig noemde, hoe groter mijn ezelsoren groeiden. Nu ik mijn ezelsoren gezien en afgezet heb, noem ik mij niet meer vrijzinnig.

Het is niet erg met ezelsoren rond te lopen, wel is het erg te lang met dezelfde domheid rond te lopen. In de gedachte van het vrij onderzoek wordt het mens zijn weerspiegeld. Onze gedachten zijn probeersels. We pogen de menselijke werkelijkheid te vatten. Het is in dat “proberen, trachten, pogen” dat de mens weerspiegeld wordt. Het is een feilbaar streven. Het is geen dogmatische zekerheid. Het is geen eindpunt. Het wordt altijd opnieuw (onder)zoeken. Dat is een boodschap van hoop. Het vrij onderzoek is de ontsnappingsroute uit de contraptie van de dogmatische zekerheid. De hemel, dat is blijven stilstaan. De hemel, dat is een hopeloze hel. Daarom dien je vooral het mes van het vrij onderzoek in je eigen gemaakte hemel te zetten.

De gedachte van het vrij onderzoek indachtig heeft mij doen inzien dat ik geen vrijzinnige of vrijdenker ben. Het vrijzinnig zijn zou immers een eindpunt betekenen. Het zou aangekomen zijn. Iemand die zich vrijzinnig, vrijdenker noemt, pleegt verraad aan zijn streven vrij te denken. Pleegt verraad aan de idee van het vrij onderzoek. Daarom noem ik mij geen vrijzinnige noch vrijdenker meer, enkel iemand die zal proberen vrijzinnig of vrijdenker te worden. Het geeft aan, dat op de plaats waar mijn oude ezelsoren groeiden, er nu nieuwe zullen gaan groeien.

11:45 Gepost door Ongebonden geest | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vrijdenker, vrijzinnig, atheist |  Facebook |

20-02-06

Godslasteringen

In mijn hoedanigheid als profeet(*) van mijn god Tzoskyw, de almachtige met puitenogen, pauwenstaart en schorpioenenklauwen, eeuwig bestaand, verheven boven alles en schepper van het alles, heeft mijn allergrootste mij opgedragen, jullie van zijn allerhoogste toorn omtrent het publiceren van afbeeldingen zijner, onder het zogenoemde voorwendsel der vrije meningsuiting, op de hoogte te brengen!

Kniel en bid en maak milde stortingen op mijn rekening, opdat de toorn van Tzoskyw aan jullie zou voorbijgaan!

(*) De profeet staat voor hij die voorzegt (Propheta -> Prophétes -> Prophanai -> Pro (voor) & Phanai (spreken, zeggen).

22:32 Gepost door Ongebonden geest | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vrijdenker, vrijzinnig, atheist, vrije geest, tzoskyw, god, godslasteringen |  Facebook |