22-04-12

Tabletscholen

 

 

Vandaag de dag halen scholen, die het snelst hun leerlingen met de laatste digitale speeltjes laten omgaan, het nationale nieuws. Verleden week was dat het geval met de Onze-Lieve-Vrouw-Presentatie-school in Niklaas: “Nieuwe tabletschool in Vlaanderen”. Het Sint-Pieterscollege en de Sint-Jozefshandelsschool in Blankenberge beten eerder al de spits af met de mededeling dat de leerlingen verplicht waren een iPad aan te schaffen. Onderwijs en “verplichten” hebben lange tijd van elkaar afstand genomen, de moderne tijdsgeest heeft ze weer met elkaar verzoend. Binnenkort verplicht men nog de kinderen met een specifiek automerk van en naar school te brengen. Enkele technoprofeten in Vlaanderen orakelden dat de toekomst van het onderwijs in zogenaamde Steve-Jobs-scholen lag. Steve Jobs heeft misschien leuk ogende technospeeltjes uitgedacht, maar zijn pedagogische capaciteiten zijn eerder onbeduidend. Begint er na jaren Microsoft-indoctrinatie en ICT-misvorming een nieuwe wind in het onderwijs te waaien? Of heeft men de teugels van het onderwijzen uit handen gegeven en aan de grillen van de markt toevertrouwd?

De motivatie om de leerlingen te verplichten (dwang, dwingen, gedwongen) een dure tablet-pc aan te schaffen (die binnen twee à drie jaren totaal voorbijgestreefd zal zijn) is blijkbaar gebaseerd op een aantal wollige argumenten. Over het sociale impact van het kostenplaatje voor de ouders wordt netjes gezwegen. Men hoopt dat men door het gebruik van technospeeltjes het leerproces van de kinderen zal verbeteren. Hoe dat juist in werk zal gaan, weet men niet. Ik lees bv. “Via nieuwere werkvormen beter te kunnen inspelen op de verschillende leerstijlen van leerlingen.” Welke die “nieuwere” werkvormen juist zijn, daar wordt de lezer in de wolken (“in de cloud” in newspeak uitgedrukt) gelaten. Het adjectief “nieuwere” mag natuurlijk niet ontbreken in deze marketing-campagne. Het is ongelofelijk dat nog steeds nieuwe baanbrekende pedagogische methodes gevonden worden. Dat is hard nodig, want het schijnt dat de opvoeding en het gedrag van de mensen in dagdagelijks bestaan nogal te wensen overlaat. Nergens valt te lezen hoe het tablet-onderwijs de sociale vaardigheden van de mensen zal verbeteren. Helpt een artificieel, sterk vertekend en geïdealiseerd virtueel wereldbeeld in het vormen van maatschappelijke omgang? Ik vrees van niet. Het doet me denken aan de bekende pedagoog Fransisco Ferrer – 100 jaar geleden, vermoord door Kapitaal & Kerk – die veelvuldig met kinderen de straten, de velden en de natuur in ging om hen de werkelijkheid te leren kennen. Hij gaf uitleg over de sociale wantoestanden, hij leerde de kinderen onderzoeken en vragen stellen, leerde de kinderen de dingen in vraag stellen en toonde hoe ze onafhankelijk van Kapitaal en Kerk konden worden. Zou het tablet-onderwijs dergelijke doelstellingen voor ogen hebben? Of fungeren onze scholen als kazernes waar de rekruten klaargestoomd worden om als gebrainwashte pionnen in de economische wereldoorlog ingezet te worden? Het wordt “burger” betekent nog slechts iets dat in eettent besteld kan worden.

Om haar geweten te sussen neemt de school nog volgende zin in haar persmap op: “Open-source past ook in de filosofie van de school. Dit schooljaar installeerden we een computerklas en laptops met Ubuntu en Libre Office, weg van het monopolie-marktdenken van Microsoft. Het is de taak van de school om leerlingen ook op dit vlak duidelijk te maken dat er alternatieven zijn. ” Als open-source-voorstander word ik warm van deze frase, maar anderzijds klinkt de gemaakte intentie klinkt eerder vals als je merkt dat het pdf-bestand in MicrosoftWord werd opgemaakt. Indien open source past in de filosofie van de school, dan zou je verwachten dat open source ook door de leerkrachten en directie gebruikt zou worden. Bedoelde intentie van de school komt nergens in de persberichten ter sprake (DeMorgen, HetNieuwsblad, GazetVanAntwerpen). Deze weglating is doelbewust omdat open source niet in het neokapitalistische plaatje past. Open source staat voor het delen van kennis en het beschikbaar maken van kennis voor iedereen. De marktgedreven berichtgeving heeft geen baten bij open-source verhalen en bijgevolg worden dergelijke verhalen uit hun kolommen geweerd.

Ik pleit niet voor technofobie. Het gebruik van de digitale media heeft zeker een meerwaarde in het onderwijs. Het heeft ook een pak praktische aspecten zoals het vermijden van zware boekentassen, het steeds bij de hand hebben van je lesmateriaal, enz... Hopelijk hebben de leerkrachten voldoende ervaring en deskundigheid om de leerlingen te wijzen op de gevaren van de eenzijdige copy-copy-copy-paste informatie die op het internet circuleert. Waarheidsgetrouwe informatie vind je meestal pas als je in het “veld” ter plaatse gaat zien.

Het is niet de taak van de school de leerling te ketenen aan één welbepaalde technologie. Het verstrekte digitaal pedagogisch materiaal (de digitale context) dient op elk gebruikelijk digitaal platform (desktop, laptop, tablet, netbook, ...) en omgeving (Microsoft, Apple, Linux, ChromeOS, ...) gebruikt en verwerkt te kunnen worden. Net zoals het gebruik van het soort pen en het type schrift nauwelijks van tel is op de kwaliteit van het onderwijs, is ook de aard van deze digitale technologie van geen wezenlijk belang voor het verstrekte onderwijs. De kwalijke reputatie van gemaakte ict-afspraken in het verleden waarbij open-source doelbewust uitgesloten werd, zou tot lering kunnen dienen. Het kost geen extra moeite van de verstrekkers van het digitale onderwijsmateriaal om dat op elk platform beschikbaar te maken. Het binden aan één platform is in het verleden vanuit commerciële overwegingen bedacht geweest. Deze overwegingen zijn noch de burger noch de onderwijsverstrekker op langere termijn ten goede gekomen.

Vandaag de dag zien we scholen met elkaar in opbod komen omtrent het gebruik van digitale technologieën. Dergelijk opbod past perfect in de filosofie van het neoliberale marktdenken. Iedereen moet met elkaar in concurrentie gaan. Iedereen probeert de andere weg te duwen op weg naar het succes. De sociale implicaties belanden in de marge of op de achtergrond. De maatschappelijke doelstelling van het onderwijs wordt onderworpen aan het marktdenken en aan de belangen van grote kapitalistische conglomeraten.

Als dergelijke apparatuur het leerproces ten goede kan komen, dan moet de school daar zelf voor instaan (de leerlingen hebben het digitale smartboard ook niet hoeven te betalen). Eigenlijk zou hier een kapitalistisch credo toegepast dienen te worden: indien de kosten de baten niet waard zijn, dan hoeft een verregaande digitalisering niet. Met baten verstaan we hier wel de sociale, maatschappelijke baten en niet de baten van enkele geldbeleggers.

De commentaren zijn gesloten.