04-09-11

Racistische mercuriale?

migratie, migratievraagstuk

De toespraak van advocaat-generaal Piet Van Den Bon bij de opening van het gerechtelijk jaar bevat een aantal cassante zinsneden. De topmagistraat kraakte het migratiebeleid af, stelde dat de controle op de sociale zekerheid mank liep: “Dat OCMW-uitkeringen dienen om terroristische praktijken te financieren is een ranzig fenomeen”. Hij hekelde verschillende sociale wantoestanden (koppelbazen, mensenhandel, ...) : “dat er vooral in de grote steden een toename is van sociaal- economische destabiliserende praktijken die het voortbestaan van onze rechtsstaat in gevaar kunnen brengen.”. Hij stelde dat: “Er moet dringend nagedacht worden over de vraag hoe lang België de massale instroom economisch en sociaal nog aankan”.

De reacties op zijn boutade waren voorspelbaar. De rechterzijde triomfeerde in hun simplisme dat ze dergelijke zaken al lang verkondigd hebben (ze vergaten wel te vermelden dat er ze nog niets aan gedaan hebben, noch welke oplossing ze in pacht zouden hebben). De linkerzijde ontkende in hun blindheid gewoontegetrouw de problematiek (en aangezien er geen probleem is, hoeft men er ook niets aan te doen) en bezweerde de uitspraken omdat ze een racistische toon zouden hebben. Nog anderen schoten op de de boodschapper: de man wil in de belangstelling staan – de scheiding der machten laat niet toe dat het gerecht aan politiek gaat doen.

De hamvraag van de advocaat-generaal lijkt me legitiem. Welke is de draagkracht van onze sociale zekerheid? Welke maatregelen zijn nodig om die te behouden? Willen we wel een sociale zekerheid? Waar bevindt zich het profitariaat dat op de gemeenschap parasiteert? Niet te vergeten in dergelijke beschouwing: belastingontduiking, ondergrondse economie, sociale uitbuiting, zwartwerk, delokalisatie, ... – voorbeelden genoeg ... Oost-Europese chauffeurs die amper 500€/maand verdienen en de Belgische chauffeurs letterlijk en figuurlijk aan de kant van de weg laten staan. Waar eindigt altruïsme en begint naïviteit?

In de Mercuriale van Yves Liégeois, procureur-generaal bij het Arbeidshof, viel het begrip “einde van de democratie”. Ik geloof niet dat het vluchtelingenvraagstuk de democratie hypothekeert. Wat wel nefast voor de democratie is, is een simplistische besluit- en opinie-vorming, de grijsheid van de politieke partijen (wie staat voor wat?), de politieke navelstaarderij (en de tolerantie door de kiezer ervan) en het korte termijnsdenken dat door de kiezers gehonoreerd wordt.

Democratie is kiezen en de Belg heeft het probleem(?) BHV als topprioriteit gekozen. Alle andere maatschappelijke problemen overstijgen de dimensie van BHV blijkbaar niet. En als het immens moeilijke BHV opgelost raakt, dan lossen we snel die andere futiliteiten, die hier bovenaan aangekaart werden, toch op? Democratie behoedt een samenleving niet voor dwaasheid. En georkestreerde dwaasheid zou wel eens het einde van de democratie kunnen bewerkstelligen.

België, politicus, struisvogel

De commentaren zijn gesloten.