09-04-06

Ik ben noch vrijzinnig noch vrijdenker

Deze morgen zag ik mezelf met grote ezelsoren in de spiegel staan. Het schaamrood kleurde het ochtendgloren. Daar ezelsoren veelal traag en onbewust groeien, vroeg ik mij vol vertwijfeling af, hoelang deze monumenten al boven mijn denken uitstaken. Ik suste mijn oude gedachten met de wetenschap dat lang niet alle spiegels je domheid lieten weerkaatsen, maar nieuwere gedachten verweten mij dan weer, juist die spiegels vermeden te hebben waarin ik mijn ezelsoren had kunnen zien tot wasdom komen. Ik had ezelsoren gekregen omdat ik mij een vrijdenker, een vrijzinnige, een atheïst had genoemd. Ik kon beide ezelsoren afzetten, door mijn vooringenomenheid in beide kathedralen op te bergen.

Het leek mij nochtans eenvoudig een vrijzinnige te zijn. Je gaf de goden een stamp in hun kruis zodat ze aan het einder verdwenen. Je zegende de clerus met het “a bas la calotte”-lied. Verving het behangsel in je kamer met de posters van Poincaré. Maakte je lid van alle mogelijke vrijzinnige verenigingen. Las vooral allerhande vrijzinnige schrijfsels. Verdiende meerdere aflaten voor je vrijzinnige hemel door een fakkel op je auto te kleven. Verdiende bijkomende aflaten door het vrij onderzoek te prijzen. Ik kon mij dus vrijzinnig noemen. Hoe meer ik mij vrijzinnig noemde, hoe groter mijn ezelsoren groeiden. Nu ik mijn ezelsoren gezien en afgezet heb, noem ik mij niet meer vrijzinnig.

Het is niet erg met ezelsoren rond te lopen, wel is het erg te lang met dezelfde domheid rond te lopen. In de gedachte van het vrij onderzoek wordt het mens zijn weerspiegeld. Onze gedachten zijn probeersels. We pogen de menselijke werkelijkheid te vatten. Het is in dat “proberen, trachten, pogen” dat de mens weerspiegeld wordt. Het is een feilbaar streven. Het is geen dogmatische zekerheid. Het is geen eindpunt. Het wordt altijd opnieuw (onder)zoeken. Dat is een boodschap van hoop. Het vrij onderzoek is de ontsnappingsroute uit de contraptie van de dogmatische zekerheid. De hemel, dat is blijven stilstaan. De hemel, dat is een hopeloze hel. Daarom dien je vooral het mes van het vrij onderzoek in je eigen gemaakte hemel te zetten.

De gedachte van het vrij onderzoek indachtig heeft mij doen inzien dat ik geen vrijzinnige of vrijdenker ben. Het vrijzinnig zijn zou immers een eindpunt betekenen. Het zou aangekomen zijn. Iemand die zich vrijzinnig, vrijdenker noemt, pleegt verraad aan zijn streven vrij te denken. Pleegt verraad aan de idee van het vrij onderzoek. Daarom noem ik mij geen vrijzinnige noch vrijdenker meer, enkel iemand die zal proberen vrijzinnig of vrijdenker te worden. Het geeft aan, dat op de plaats waar mijn oude ezelsoren groeiden, er nu nieuwe zullen gaan groeien.

11:45 Gepost door Ongebonden geest | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vrijdenker, vrijzinnig, atheist |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.